Carneool
Geschiedenis
Deze steen is een variatie op de melksteen en krijgt door zijn ijzergehalte zijn rode tot donkerrode kleur. Zijn naam wordt afgeleid van het Lateinse woord “cornus”, wat hoorn betekent, hij werd echter al in de graven van het oude Egypte gevonden als geschenk en was in de Oudheid vooral onder de naam Sarder bekend. Hildegard von Bingen refereerde ook aan de geneeskrachtige werking.
Werking op lichaam en geest
Carneool staat voor standvastigheid. Hij helpt erbij in de dagelijkse sleur de moed niet te verliezen, maar in tegendeel juist steviger in uw schoenen te staan en dat ten einde te voeren waar u mee begonnen bent. Een steen die u helpt, het overzicht niet uit het oog te verliezen maar zich van de realiteit bewust te zijn. Evenzo is het een steen van de vriendschap, want hij beïnvloedt de zin voor gemeenschappelijke dingen en maakt u hulpvaardig. Hij stimuleert de opname van voedsel en mineraliën door de dunne darm en van vitamines en verbetert zodoende de bloedkwaliteit. Carneool is een warme steen, die voor een goede doorbloeding van de inwendige organen en het weefsel zorgt. Bovendien zorgt hij voor sterk tandvlees en helpt, als u hem als kiezeltje opzuigt, tegen paradontose.
Werking op de chakra’s
Carneool staat in verband met het stuitchakra, die net als de steen verantwoordelijk is voor standvastheid, en ervoor zorgt dat de opbouwende processen in het lichaam voortgang vinden, zowel energetisch als ook geestelijk. Dit geldt bv voor de aanmaak van bloed en voor de opbouw van botten en het gebit. Carneool wordt aan het sterrenbeeld Maagd toegeschreven.